www.theologicalrecruitment.com

Homepage

Aard honorering pastores

Salarisadviezen pastores

Theologische onderbouwing

Weblinks & Disclaimer


 
De geestelijke arbeider is zijn levensonderhoud waard
Bijbels-theologische noties over de honorering van geestelijken

De evangelieschrijvers stellen Jezus van Nazareth en zijn leerlingen voor als mensen die rondtrekken. Ten minste enkelen van hen hadden een huis en een gezin, maar volgens de auteurs waren ze meestal onderweg. De roeping van de meest nabije leerlingen van Jezus impliceerde bovendien dat zij alles opgaven. Toch hadden ze financiële steun nodig. De vogels van de hemel worden gevoerd zonder dat ze er iets voor doen (Matt. 6,26), maar mensen niet. In het Evangelie volgens Matteüs krijgen de apostelen een verkondigingsopdracht, waarbij enige informatie wordt gegeven over hoe de volgelingen van Jezus moesten leven: “Neem geen goud-, zilver- of kopergeld mee in je beurs, ook geen reistas voor onderweg, geen twee stel kleren, geen sandalen en geen stok. Want de arbeider is zijn levensonderhoud waard. Als je een stad of dorp binnenkomt, onderzoek dan wie het waard is jullie daar te ontvangen. Blijf daar tot je verder reist.” (10,9-11).

Uit de brieven van Paulus blijkt dat er zendelingen waren die zich na Jezus’ dood aan die voorwaarden hielden. Paulus haalt “een woord van de Heer” aan dat bepaalt “dat de verkondigers van het evangelie van het evangelie moeten leven” (1 Kor. 9,14). Hoewel hij en Barnabas geen geld aanvaardden, was dit niet het geval voor de overige apostelen. Zij leefden en trokken rond en namen hun vrouwen mee op kosten van de gemeenten (1 Kor. 9,3-7). Verderop wordt het echter duidelijk dat Paulus niet helemaal afzag van zijn apostolische rechten: hij nam een vergoeding aan van andere gemeenten terwijl hij in Korinte werkte (2 Kor. 11,8v). En in de brief aan de Filippenzen (4,14-16) lezen we dat de gemeente daar hem gesteund heeft terwijl hij in Macedonië was. In de brief aan de Romeinen ten slotte zegt hij dat Febe een beschermster is geweest voor hem en voor velen. (In het Grieks staat er “prostatis” dat met beschermvrouw vertaald kan worden.) Paulus bracht dus dikwijls de uitspraak van “de Heer” in praktijk dat “de arbeider zijn levensonderhoud waard is”, wat betekent dat anderen daartoe moesten bijdragen.

Volgens Johannes 21,1-3 zijn Jezus’ leerlingen na zijn dood weer gaan vissen, maar volgens de Handelingen der Apostelen waren ze meteen actief in Jeruzalem en hadden ze daar geen aanwijsbare middelen van bestaan. De Jezus’ beweging trok volgelingen aan die bezittingen hadden, zoals Barnabas (Hand. 4,36v), die hun geld en de opbrengst van hun bezittingen aan een gemeenschappelijke kas ter beschikking stelden. De apostelen hebben vanaf het begin van hun werk kunnen rekenen op financiële steun van anderen.

Het bewijsmateriaal van de jonge kerk toont dus aan dat Jezus’ volgelingen verwachtten door anderen onderhouden te worden terwijl zij hun zending uitvoerden. Deze verwachting vloeide misschien voort uit een gewoonte die ze hadden aangeleerd terwijl ze Jezus volgden tijdens zijn leven. De evangelieschrijvers zeggen zo nu en dan dat Jezus, en soms de leerlingen, bij iemand thuis gingen eten. Dat lezen we bijvoorbeeld in Marcus 2,15-17. In Lukas 7,36-50 eet Jezus met Simon, een Farizeeër; in 11,37-44 eet hij met een andere Farizeeër en in 19,1-10 verblijft hij in het huis van de tollenaar Zacheüs. Of de details wel of niet juist zijn, de algemene strekking van de perikopen is duidelijk: wanneer Jezus en zijn discipelen van dorp tot dorp trokken, vonden ze mensen bereid om een maaltijd voor hen te maken en hun een eenvoudige slaapplaats te geven. Volgens het Lukasevangelie hadden ze nog meer bestaansmiddelen: terwijl Jezus en de discipelen door Galilea trokken, gingen er vrouwen met hen mee, onder meer “Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan, Johanna, de vrouw van Chusas, een hoge beambte van Herodes, en Susanna – en nog vele andere vrouwen, die hen uit eigen middelen onderhielden” (Luk. 8,1-3).

De auteur van het Evangelie volgens Lukas, die ook de Handelingen der Apostelen schreef, vestigde graag de aandacht op de vrouwen die eerst Jezus en vervolgens zijn apostelen hadden gesteund: in Tessalonica “lieten sommigen van hen zich overtuigen en sloten zich bij Paulus en Silas aan, evenals een grote groep godvrezende Grieken en een niet gering aantal aanzienlijke vrouwen” (Hand. 17,4). De auteur van het Evangelie volgens Lukas wekt de indruk dat hij vooral geïnteresseerd was in de vroomheid van vrouwen en hun rol in de godsdienst in het algemeen. Tegelijk wekt hij de indruk dat hij duidelijk wilde maken dat de Jezus’ beweging ook de hogere klassen aansprak. Het is dus mogelijk dat de auteur in Lukas 8,1-3 de steun van vrouwen – onder wie een vrouw van stand (de echtgenote van een hoge beambte van Antipas) – aan Jezus en zijn groep volgelingen wat overdrijft. Niettemin wordt bij het lezen van het Nieuwe Testament duidelijk dat er bij de eerste christenen inderdaad zulke vrouwen waren, zoals Febe die een beschermvrouw was van Paulus en anderen. Ook wordt in de brief aan de Korintiërs Chloë genoemd die rijk genoeg is om haar slaven of vrijgemaakte slaven naar Paulus te sturen met een boodschap (1 Kor. 1,11).

Bijbelse noties maken dus duidelijk dat, naast de beschikbaarstelling van financiële middelen, mensen Jezus en zijn groep volgelingen ook materiële steun verleenden door te zorgen voor een voedzame maaltijd en logement. De vrouwelijke aanhangers van de Jezus’ beweging speelden daarin een belangrijke rol. Voor de jonge kerk stond dan ook buiten kijf: de geestelijke arbeider is zijn levensonderhoud waard…

Volgens ondergetekende kan men uit de wijze waarop men in de Bijbelse tijd uitgangspunten ontwikkelde voor de toenmalige situatie, soms een perspectief afleiden in welke richting antwoorden gezocht kunnen worden voor hedendaagse vraagstukken. Voor ondergetekende zijn de Bijbelse noties dan ook aanleiding om voor zijn advies inzake honorering van pastores in Nederland aansluiting te zoeken bij de aan geestelijke verzorging verwante functiecategorieën in de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening.

Albert A. van Daalen
B.R.S., Lic.Min., Cand.D.D. & Cand.Ph.D. (church administration)

 
Theologicalrecruitment.com is de fee free theological jobs matchmaker of the Alvadam Group

Website powered by Network Solutions®