Advies inzake honorering van pastores (predikanten/voorgangers) binnen Nederland op wie geen CAO of andere centrale rechtspositieregeling van toepassing is
I) Salaris-/traktementstabellen voor pastores (predikanten/voorgangers) an andere kerkelijk werkenden: Onderstaande salarissen/traktementen zijn afgestemd op de salarisschalen van de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, conform onderstaande tabel:
Ia) Salaris-/traktementstabellen voor pastores (predikanten/voorgangers), die werkzaam zijn als werknemer, pseudo-werknemer of pseudo-ondernemer:
Schaal 8
Voor de (junior) pastor op HBO-/bachelorniveau (die zelfstandig of als lid van een team van vrijgestelde pastores en/of andere kerkelijk werkenden zijn/haar arbeid uitoefent)
Schaal 9
Voor de (senior) pastor op HBO-/bachelorniveau (die leiding geeft aan een team van vrijgestelde pastores en/of andere kerkelijk werkenden)
Schaal 10
Voor de (junior) pastor op WO-/masterniveau (die zelfstandig of als lid van een team van vrijgestelde pastores en/of andere kerkelijk werkenden zijn/haar arbeid uitoefent)
Schaal 11
Voor de (senior) pastor op WO-/masterniveau (die leiding geeft aan een team van vrijgestelde pastores en/of andere kerkelijk werkenden)
N.B.: Indien een pastor is in schaal 8 of 10 is ingeschaald volgt inschaling in schaal 9 of 11, zodra er sprake is van leidinggeven aan andere pastores en/of andere kerkelijk werkenden.
Ib) Salaristabellen voor andere kerkelijk werkenden, die uitsluitend als werknemer in loondienst werkzaam zijn en niet onder een Nederlandse CAO vallen:
Schaal 1
Voor assistent beheerder; huishoudelijk medewerker
Schaal 2
Voor telefonist/receptionist
Schaal 3
Voor nachtwaker
Schaal 4
Voor administratief/secretarieel medewerker 1
Schaal 5
Voor administratief medewerker 2; beheerder; secretaresse 2
Schaal 6
Voor activiteitenbegeleider; beleidsmedewerker 1; kok; secretaresse 3 systeembeheerder
Klik hier voor de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening. Voor een overzicht van de totale salariskosten van een pastor in loondienstverband op jaarbasis, verwijzen wij u graag naar de begrotingstabellen van de CAO Welzijn. In die begrotingstabellen is overigens geen rekening gehouden met andere (overeengekomen) vergoedingen e.d. Pastores die niet in loondienst zijn, en door de Nederlandse fiscus zijn aangemerkt als (pseudo-)ondernemer, hebben recht op het bruto maandsalaris volgens de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening vermenigvuldigd met factor 1,5, indien zij binnen een kerkgenootschap een geestelijk ambt vervullen, of 2,0, indien er sprake is van freelance dienstverrichting, omdat een freelancer een beperkt aantal uren wegens acquisitie en dergelijke kan declareren. De aldus berekende maandvergoeding is inclusief vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en tegemoetkoming in de premie voor de aanvullende ziektekostenverzekering, alsmede de compensatie voor het zelf treffen van voorzieningen betreffende pensioenvoorziening, langdurige arbeidsongeschiktheid, (onvrijwillige) werkeloosheid en eventuele sabbatical leave.
Voor berekening van een uurtarief wordt de van toepassing zijnde maandvergoeding gedeeld door 156. Het aldus berekende uurtarief is bij freelance dienstverrichting in principe van toepassing op zowel werk- als reis- en eventuele verblijfuren, met een maximum van 12 uur per dag en 60 uur per week.
II) Enkele juridische, fiscale en sociaal-verzekeringsrechtelijke aspecten met betrekking tot arbeidsverhoudingen bij theologen die een geestelijk ambt binnen een kerkgenootschap vervullen:
IIa) Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht? De vraag of de arbeidsverhouding met een theoloog, die een geestelijk ambt binnen een kerkgenootschap vervult, als een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht moet worden aangemerkt kan niet eenduidig worden beantwoord. Per geval zal dit aan de hand van de inhoud van de gesloten overeenkomst en de feitelijke omstandigheden moeten worden nagegaan. Een arbeidsverhouding met een theoloog(-geestelijke), ook binnen een kerkgenootschap, kan zonder meer samengaan met een arbeidsovereenkomst. Daarbij is datgene wat partijen voor ogen stond bij aanvang van de verhouding van belang (partijbedoeling). Wanneer partijen duidelijk in de overeenkomst hebben aangegeven een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht aan te gaan, dan wel een contract hebben gesloten dat qua inhoud niet (wezenlijk) te onderscheiden is van een arbeidsovereenkomst, zal de rechter deze kwalificatie in beginsel respecteren.
Hebben partijen de kwalificatie in het midden gelaten, dan kan de rechter op grond van feiten en omstandigheden alsnog concluderen tot aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst indien sprake is van (1) arbeid, (2) gedurende een zekere tijd, (3) tegen loon en (4) in dienst van het kerkgenootschap (gezagsverhouding). Is inderdaad sprake van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan is de theoloog als pastor (predikant/voorganger) tevens werknemer in de zin van de loonbelasting en werknemersverzekeringen. Het betreffende kerkgenootschap is in dat geval verplicht loonbelasting in te houden en premies af te dragen en zal uiteraard ook een salarisadministratie moeten voeren. De betreffende pastores zijn aldus volledig verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
IIb) Als er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst: wat dan? Een aantal kerkgenootschappen hanteert het uitgangspunt dat bij hen geen sprake is van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, omdat er een gezagsverhouding tussen partijen ontbreekt. Wordt vastgesteld dat de overeenkomst niet aangemerkt moet worden als arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan zal de overeenkomst vaak te betitelen zijn als overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 ev Burgerlijk Wetboek) of een overeenkomst van geheel eigen aard waarop de algemene regels van het overeenkomstenrecht van toepassing zijn (boek 6 Burgerlijk Wetboek).
Pseudowerknemer In deze situatie kunnen partijen ervoor kiezen hun arbeidsverhouding voor de loonbelasting/volksverzekeringen toch als dienstbetrekking te beschouwen (´opting-in´). De pastor (predikant/voorganger) wordt ook wel een pseudowerknemer genoemd. Hierdoor zijn alle regels van de loonbelasting onverkort van toepassing. Voor de pastor kan dan ook gebruik gemaakt worden van faciliteiten als werknemersspaarregelingen en de geschenkenregelingen. Bovendien voorkomt hij op deze manier dat hij in één keer zijn aanslag inkomstenbelasting moet betalen. Het kerkgenootschap houdt namelijk gedurende het jaar loonbelasting in en draagt dit af voor de pastor. De pastor verrekent de loonbelasting vervolgens met zijn aanslag inkomstenbelasting.
De wetgever stelt de volgende voorwaarden aan de pseudowerknemer: · de pseudowerknemer is niet werkzaam als ondernemer, en · de arbeidsverhouding is aangegaan voor ten minste één maand · de arbeid wordt persoonlijk op doorgaans één dag per week verricht · de beloning bedraagt ten minste een vijfde van het minimum loon per maand.
De regeling voor ´opting-in´ geldt niet voor de werknemersverzekeringen. Er zijn dus ook geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Voor eventuele ziekte of arbeidsongeschiktheid dient desgewenst een particuliere verzekering te worden afgesloten. Het risico van werkloosheid is onverzekerbaar in de particuliere sfeer.De keuze voor ´opting-in´ wil uitdrukkelijk niet zeggen dat de regels voor de arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan ook van toepassing zijn.
Pseudo-ondernemer
In het geval niet gekozen wordt voor opting-in geniet de pastor (predikant/voorganger) fiscaal gezien overige inkomsten uit arbeid. In deze situatie houdt het kerkgenootschap geen loonbelasting in en draagt ze ook geen premies af. Om die reden hoeft het kerkgenootschap niet te beschikken over een salarisadministratie. De pastor wordt in deze situatie ook wel betiteld als pseudo-ondernemer.
De pastor als pseudo-ondernemer ontvangt de bruto maandvergoeding zonder inhoudingen voor loonbelasting/premie volksverzekeringen en werknemersverzekeringen. Zijn bruto maandvergoeding wordt door de fiscus aangemerkt als overige inkomsten uit arbeid en wordt rechtstreeks belast in de inkomstenbelasting. In beginsel kunnen ook in deze situatie gemaakte kosten ter verwerving van de inkomsten als aftrekpost opgevoerd worden. Daarnaast kan het kerkgenootschap de gemaakte kosten op declaratiebasis onbelast vergoeden.
Bij gemaakte kosten ter verwerving van inkomsten kan onder meer worden gedacht aan: kosten van zakelijke telefoongesprekken, kosten van internet en andere middelen van mobiele communicatie, kosten wegens aanschaf vakliteratuur, kosten wegens zakenlunches en –diners, representatiekosten, kosten van zakenreizen en verblijf, kosten wegens deelname aan vakcursussen en bijscholing, kosten van aanschaf van computerapparatuur en voor de ten behoeve van die apparatuur gebruikte materialen (bijvoorbeeld diskettes, cd-roms, papier e.d.), administratie- en vervoerskosten.
Bel of e-mail mij voor meer informatie of een vrijblijvende afspraak: 035-6250636; albert.vandaalen@cmenp.nl